Het is kenmerkend voor bier dat er een grote variatie aan onderling zeer verschillende soorten is. Er zijn bittere bieren, zoete bieren, zure bieren en kruidige bieren. Ook zout kan onderdeel zijn van de smaak van bier. Ook het alcoholpercentage, de kleur, de volheid, de helderheid en de temperatuur waarop een bier het beste gedronken wordt kunnen verschillen.
Overzicht aanbrengen in de grote variatie is niet eenvoudig. Meestal wordt vertrokken vanuit het hierboven al genoemde onderscheid tussen ondergistende, bovengistende en spontaan gistende bieren.
Ondergistende bieren
Stella Artois, het standaardpils in LeuvenMet name in Duitsland en Tsjechië worden ondergistende bieren gebrouwen die internationaal veel waardering kunnen wegdragen. Toch is het grootste deel van het bier dat in Nederland en België geproduceerd wordt ook ondergistend. Het betreft vooral de pilseners en de vaak goed gewaardeerde Nederlandse bockbieren.
Pilsener. Het "gewone" bier in Nederland en België. Elk café heeft tenminste één pilsener op de tap. Sommige brouwers brengen behalve het gewone pils ook een urtyp op de markt, dat wat bitterder van smaak is, en vaak ook wat alcoholischer.
Dortmunder. Een bierstijl uit Dortmund. Het bier is donkerder en voller dan een pilsener.
Bokbier. Een bier met een bitterzoete, moutige smaak, donker van kleur. Oorspronkelijk afkomstig uit het Duitse Einbeck. De Nederlandse bockbieren wijken nogal af van het Duitse prototype en zijn soms zelfs bovengistend. Bockbieren worden vaak als seizoensbier verkocht, bijvoorbeeld in de herfst.
Rookbier. Typisch voor Bamberg is dit ondergistende bier waarbij de mout is gerookt. Het bier heeft dan ook een gerookte smaak die aan ham of gerookte paling doet denken.
Bovengistende bieren
Duvel, met het typische glas. Bovengistende bieren zijn vooral typisch voor de Engelse biercultuur. De Belgische bovengistende bieren worden door bierkenners over de hele wereld gewaardeerd om hun traditie en kwaliteit. In Duitsland zijn bovengistende bieren meestal tarwebieren.
Tarwebier. Tarwebier, ook wel witbier genoemd, heeft meestal een troebele kleur en een typische, friszure smaak. De Belgische tarwebieren worden vaak met kruiden op smaak gebracht, maar in Duitsland is dit door het Reinheitsgebot onmogelijk en worden ze puur gedronken. De Berliner Weiße wordt vaak met vruchtensap gemengd (Schuß). Tarwebier is niet noodzakelijk wit van kleur - er bestaat ook donker tarwebier.
Bruine Ale. Vroeger was het meeste bovengistende bier bruin van kleur. In de 20e eeuw is de voorkeur van de consument meer en meer naar blond bier uitgegaan. De overgebleven bruine ales hebben een zoetige smaak en een vrij hoog alcoholgehalte.
Vlaamse Bruine. Dit bier verkrijgt zijn unieke smaak door de rijping op eikenhouten vaten. De basis is meestal een Bruine Ale.
Amber. Onder deze noemer worden zowel een Pale Ale, het Duitse Altbier alsook de Nederlandse en Belgische amberkleurige ales geschaard. Het alcoholpercentage is relatief laag en de kleur houdt het midden tussen bruin en blond. Een bekend voorbeeld is het Antwerpse De Koninck, dat in Antwerpen zelfs het gewone tapbier is, in plaats van een pils.
Blonde Ale. Sinds de 20e eeuw zijn er steeds meer blonde ales op de markt gekomen. Het Duitse Kölsch, een bier uit Keulen, is een oud voorbeeld. Typisch Belgisch zijn de zware blonde ales, ook wel Duvelbieren genoemd, naar het bekendste voorbeeld van een dergelijk bier, de "Duvel" van brouwerij Moortgat.
Stout, is zeer donker bier, dat gemaakt wordt van gebrande mout en daardoor een koffieachtig aroma heeft. Vergelijkbaar zijn de Duitse Schwarzbiere, maar die zijn ondergistend.
Gerstewijn. Een zeer zwaar bier met een alcoholpercentage van rond de 10%, vaak zoetig en donker.
Trappist. Trappistenbier is niet echt een type bier, maar de verzamelnaam van de bieren die door de monniken van trappistenkloosters worden gebrouwen. Het betreft doorgaans zware, donkere bieren, maar er bestaan ook blonde trappisten. Een bier mag alleen trappist heten als de paus er zijn toestemming aan heeft verleend. Er zijn zeven trappisten.
Abdijbier. Abdijbieren zijn bieren die in navolging van de trappistenbieren worden gebrouwen, maar dan in de fabriek. Sommige abdijbieren zijn niet meer dan een slechte imitatie, maar er zijn abdijbieren die een geheel eigen karakter hebben ontwikkeld en door kenners evenzeer worden gewaardeerd als de echte trappisten.
Bieren van spontane gisting
Oude geuze boon. Een geuze van Boon met de fles van 37,5 cl.Oorspronkelijk waren alle bieren van spontane gisting, maar in de loop der eeuwen zijn de meeste brouwers op kunstmatige gisting overgestapt. Alleen in Brussel en het aangrenzende Pajottenland bleven de spontaan vergiste bieren behouden.
Jonge Lambiek. Het product van de eerste vergisting. Het bier is zuur en iets wrang en wordt zelden puur gedronken.
Oude Lambiek. Op eikenhouten vaten gerijpt en nog eens vergist heeft dit bier een wat vollere smaak, die echter door weinig mensen gewaardeerd wordt. Het aantal cafés waar dit van het vat geserveerd wordt is zeer beperkt en neemt nog altijd af.
Geuze. Jonge en oude lambieks, of oude lambieks van verschillende rijping, worden door een geuzesteker gecombineerd tot een geraffineerd mengsel dat een friszure smaak met veel ontwikkeling heeft. Oude Geuze wordt wel de champagne onder de bieren genoemd, maar omdat Geuze als biersoort nauwelijks bescherming geniet, zijn er ook commerciële, gezoete geuzes op de markt die slechts deels uit lambiek bestaan.
Faro. Gezoete lambiek. Dit kan in sommige Brusselse cafés van het vat besteld worden. Faro is ook gebotteld te vinden: Boon, Lindemans en Mort Subite zijn enkele brouwerijen die faro in flessen produceren.
Fruitbier. Een variant op faro waarbij niet suiker, maar vruchtensap gebruikt is om het bier te zoeten. De bekendste voorbeelden zijn de kriekbieren (kersenbieren), maar ook andere vruchten worden gebruikt.
(Bron: Wikipedia)